Fluitjes

Gepubliceerd op 31 mei 2026 om 11:56

Er kwam weer een YouTube-filmpje langs, met een beschrijving hoe je een eenvoudig fluitje maakt.

Even proberen... Je neemt een blokje hout, boort daar een gaatje doorheen, en zaagt dan een hap er uit. De ene kant recht omlaag, de andere kant schuin naar de rechte kant. Dan neem je een rondhoutje dat precies in het gat past, maakt daarvan één kant een beetje plat, en dan duw je het rondhoutje in het gat, zodat de platte kant boven zit, en je dus door een spleetje blaast tegen het scherpe randje van het gat aan.

Dan het geheel een beetje rond maken en een leuke vorm geven, en klaar.

Zo gezegd, zo gedaan...

En hij zegt Tuuut!

Maar hoe werkt zo'n ding nou..?

Als je een fluitje hebt dat "Tuuut!" zegt, ga je je toch afvragen hoe dat nou eigenlijk werkt met die dingen als ze meer gaten hebben.

Bij een gitaar is het wel duidelijk. Je hebt een snaar, en als je die op gepaste afstand induwt, verkort je het trillende gedeelte van de snaar, en krijg je een hogere toon. De snaarlengte keurig opdelen met de twaalfdemachtswortel van een half, en de boel klopt.

Hoe werkt dat met trillende luchtkolommen in pijpen? BINAS erbij, natuurkunde weer opfrissen, maar heel duidelijk wordt het niet.

En dan kom je op het internet ergens een PDF tegen waarin iemand een instructie heeft uitgewerkt hoe je een blokfluit maakt.

Je neemt een reststukje esdoorn uit de afvalbak, en daarop teken je de afstanden die in het document zijn opgegeven.

Dan bestel je voor de lol een doosje met héle lange slangenboren in diverse diameters.

Met meer geluk dan wijsheid boor je een gat over de hele lengte van het blokje...

Vervolgens boor je de gaten op de voorgeschreven plekken, en je maakt een rond stukje hout dat in het gat komt. Net als bij het eerste fluitje. Het wordt hier allemaal wel wat exacter uitgelegd, en er worden officiële termen gebruikt, zodat je weet hoe de verschillende dingen heten.

Zo wist ik nooit dat een blokfluit een blokfluit heet, omdat het stukje hout dat in de pijp wordt geduwd, het "blok" heet.

En als je een tijdje blijft pielen en prutsen met beitels en vijltjes en een stemapparaatje, heb je een fluit waar een aardig zuivere toonladder in C uit komt.

Er bestaan wel formules voor frequenties van trillende luchtkolommen, maar het is mij totaal niet duidelijk hoe je de effectieve lengte van die luchtkolom bepaalt als je gaten open of dicht maakt. Helemaal als je bepaalde noten dient te spelen door een gat open te laten, maar verderop een ander gat weer dicht te houden. Dat maakt uit.

Ook de diameter van het gat maakt uit. En dat je zo'n gat voorzichtig groter moet maken, om te beginnen aan de binnenkant. Dus het gat wordt dan niet meer rond, maar taps.

Er zijn verschillende soorten blokfluiten, die je verschillend bespeelt. Deze heeft een "Barokke greepwijze", dit in tegenstelling tot de "Duitse".

Het verschil tussen die twee is te zien aan de gaten 4 en 5 (geteld van boven). Als gat 4 kleiner is dan gat 5, is het een Barokke, en als gat 4 groter is dan gat 5, dan is het een Duitse.

Met de Duitse greepwijze kun je de toonladder spelen door één voor één je vingertjes op te tillen, maar dat werkt met de Barokke greepwijze anders. De vierde noot wordt dan te hoog, en die maak je weer wat lager door je ringvinger weer terug te zetten. Vraag je niet af hoe het kan...

Dat klinkt dus alsof de Duitse greepwijze makkelijker is. Dat is ook zo, en als je kinderen op school aan een blokfluit zet, neemt men daarvoor dus vaak Duitse fluiten.

Maar als je een stuk hebt in een andere toonaard, zijn de benodigde mollen en kruisen met de barokke greepwijze zuiverder te spelen.

Ik vermoed wel dat bij dit project een hoog gehalte beginnersgeluk is komen kijken.

Ik heb hierna nog een paar andere blokjes geprobeerd, omdat ik benieuwd was of het soort hout nog verschil zou maken. Bij al die andere blokjes kwam ik met de boor voortijdig door de zijkant heen. Misschien wilde ik te snel.

Het zou allemaal vast ook beter en mooier zijn als ik een houtdraaibank had, maar daarvoor moet ik eerst op cursus bij mijn buurman in het Art Centre. En een draaibank aanschaffen, die te veel ruimte in beslag neemt voor de enkele keer dat ik er iets mee wil doen.

Dit zal wel een eenmalig experiment blijven. Het is grappig om eens gedaan te hebben, maar de hele fijnafstemming is mij te empirisch. "Hier moeten de gaten ongeveer, maar vraag niet waarom, en blijf maar prutsen tot het niet meer zo vals is."